Skip to Content

een voorzichtig begin

Ik heb zo weinig geschreven, terwijl er zo veel te schrijven was. Ik dacht de laatste tijd te vaak dat ik er maar weer eens aan moest beginnen temeer omdat dit schrijven de fijne bijwerking heeft me gelukkiger te maken. Daarmee de druk degelijk verhogend.

En dan ook: schrijven over dat je niet heb geschreven, of niet weet wat te schrijven: oh hou toch op. Ik heb dat al te vaak gelezen, ik heb het zelfs al geschreven (hierbij geen link, ha).

Er valt altijd wat te schrijven, je moet gewoon beginnen. Als ik even bezig ben, dan ontstaat er altijd wel iets en als het niet geschikt is voor publicatie (voeg daar als u wilt aanhalingstekens aan toe) dan kan ik altijd nog kiezen voor de 'save as draft'-optie. Dus ik begin weer, voor nu dan, ik beloof niks, daar word ik zenuwachtig van. Hier komt het. Ik ga gewoon een stukje schrijven. Het gaat over mijn fiets. Het is matig interessant, maar ik heb al vaker over mijn fiets geschreven en het is toch aardig om te weten hoe het nu met mijn fiets, die eerst Anouks fiets was, gaat. (Daar wel een link, ha).

Ik had een overleglunch met de weledelgestelde, knappe, energieke leden van Pooc bij het Huis aan de Werf (waar je heerlijk kunt luchen als je in Utrecht woont, als je er niet woont ook, maar dan is het zo'n eind reizen voor een lunch van 4eu (vier euro!)). Pooc is een nieuwe, Utrechtse, creatieven cooperatie met alleen maar leuke mensen. Het is waanzinnig interessant. 

Maar ik moest eerder weg want mijn vriendin Justina kreeg die dag haar diploma en ik zou daar bij zijn. Ik was op de fiets. Zo ben ik. 

Ik liep naar die fiets en toen gebeurde het niet. Het openen van mijn slot. Stom want mijn slot geeft doorgaans mijn fiets wel vrij. Ik weet nu hoe dat komt, maar toen wist ik het niet en ik stond op het punt om mijn geduld danig te verliezen, maar dat deed ik dus niet. 

Ik draaide een aantal keer en verwachtte steeds dat de sleutel nu wel voldoende zou omdraaien, 45 graden om precies te zijn, om open te kunnen gaan maar het lukte niet, echt niet. Ik keek af en toe verlangend naar de bouwkeet waarnaast mijn fiets stond. Verlangend naar bouwers die zin hadden in het redden van een deerne, want dat was ik. Ik had mijn diploma-jurk aan met bijpassende hakken, ik was een oprechte deerne. Maar er waren geen redders met WD-40.

Ik klapperde op mijn hakjes terug naar de kantine van het Huis en daar vertelde Mari me dat 'dat vettige spul met een cijfer' WD-40 heet, dat was me even ontschoten (en nu ik het opschrijf weet ik dus wel hoe het heet, dat zijn altijd lastige dingen van het schrijven want je hebt de kennis achteraf wel, maar verwerk je dat dan in het stuk dat je schrijft, of moet je kennis vijnzen? Ik vijnz het dan en laat later dan weer zien dat ik het eigenlijk niet wist, wat het voor de lezer noch de schrijver makkelijk maakt.)

Er is een man die onder de indruk is dat ik weet hoe dat vettige spul heet dat je in sloten spuit (maar dat wist ik dus pas net weer, is dat duidelijk?). Hij ziet aan mijn kittige jurkje dat ik een belangrijke afspraak heb en aarzelt niet zich te haasten. Hij grijpt naar een fles WD-40 en rent naar mijn fiets. 'Welke is het?' vraagt hij. Ik zeg: 'die schattige' want mijn fiets is echt heel schattig aan het worden. En hij ziet meteen wat ik bedoel.

(Oh, dit schrijven is echt heerlijk, waarom heb ik dit zo lang niet gedaan? Ik moet dit echt weer vaker doen, ik word er zo blij van).

Hij spuit het spul in het slot en zelfs dan heeft morrelen met de sleutel weinig resultaat. Hij probeert het echt, maar het heeft echt geen zin. Moet ik nu iemands fiets gaan lenen? Dat is zo'n gedoe, en hoe moet ik dan uiteindelijk weer bij mijn fiets komen. En oh ja 'aaaah, ik kom te laat'. Ik was op mijn eigen diploma-uitreiking ook al een UUR te laat. Dat kan ik toch niet maken?

Maar het is overmacht en het is best wel te maken. Het is namelijk ook helemaal niet zo erg, denk maar eens aan al die mensen die hun baan en dan huis verliezen in Amerika of dan aan kinderen die sterven aan de honger en de AIDS in Afrika, zie je nou? Het is echt niet zo erg.

'Zal ik je slot openzagen?' zegt de man. Dat lijkt me wel wat. Dan scheelt me weer een looptocht met een lullige, botte ijzerzaag in mijn rugzak. Hij loopt met zelfvertrouwen naar binnen, komt terug met een slijptol en sproeit al snel van die mooie vonken.

De bouwers van de bouwkeet mogen me dan niet lijfelijk hebben geholpen, het feit dat ze naast de bouwkeet naast mijn fiets een stopcontact met een opening hebben neergelegd, komt me bijzonder goed uit. 

Kort daarna fiets ik naar de diploma-uireiking, ik positioneer mijn slot zo dat het lijkt alsof het niet is doorgeslepen (doe ik vaker). Dan sluip ik, net als een andere (waanzinnig knappe, maar dat is niet per se relevant) vrouw net iets te laat maar nog niet onbeschoft laat, naar binnen.

De uitreiking was leuk, ik heb er weer wat dingen bijgeleerd, en ik kreeg een domtorentje, een Utrechts gebakje dat mij tot dan toe was onthouden, maar dat mij niet kon bekoren. Daarna gingen we wat drinken en aansluitend wat eten in Lokaal 9, wat ik van harte kan aanbevelen, daar kun je nog eens lekker eten voor een prima prijs.

De fiets stond nog waar ze hoorde, heerlijk. Ik zette haar die nacht in de gang, je moet het geluk niet blijven beproeven.

De volgende dag pakte ik een ander sleuteltje en dat opende moeiteloos het nu nutteloze slot. Dat was het euvel geweest. Toch fietste ik zonder morren naar de ijzerhandel voor een nieuw slot. Ik fingeerde nog ene male een op slotte fiets en fietste daarna naar de mariaplaats waar een fotograaf van de NL30 die mij en mijn fiets beflitste. Misschien worden we nu allebei wel beroemd.

 

 

Reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden